Oosterwijzend, Nibbixwoud

Categorieën:

De Oosterwijzend (of vroeger gewoon Wijzend genoemd) in Nibbixwoud staat wel centraal in mijn familiegeschiedenis. Mijn grootvader Theodorus (Dirk) Johannes Goedhart, zijn vader Nicolaas (Klaas) Goedhart, zijn vader Theodorus (Dirk) Goedhart en zijn vader Cornelis Goedhart hebben er allemaal gewoond en gewerkt. In ieder geval al vanaf 1868.

Kaart van Nibbixwoud en omstreken uit 1826. De Wijzend in mijn verhaal begint in de scherpe hoek. Vanuit de overlevering ook wel de rijke Wijzend genoemd. Red Wijzend werd gezien als de arme kant. De zuidkant van de Wijzend was onderdeel van Nibbixwoud en de noordkant viel onder Midwoud.

Als kind gingen we vaak op bezoek bij opa en oma en hebben we vele zomervakanties gelogeerd aan de Oosterwijzend. We mochten meehelpen met het melken van koeien bij de buren. We mocht meerijden op de tractors. Opa helpen met het plukken van aardbeien en tomaten. Klauteren in de perenboom achter de lofschuur. Paling vangen in de Klikjessloot. Allemaal mooie herinneringen.

Oosterwijzend 11

Mijn grootouders woonden aan de Oosterwijzend 11 waar hun kinderen zijn geboren en opgegroeid en waar ik en mijn broertje geregeld over de vloer kwamen.
In het familiearchief zijn alle originele eigendomsbewijzen terug te vinden vanaf 1918 van de percelen die in de boeken van Midwoud onder de kadastrale gegevens bekend waren als Sectie A nr 571 en nr 801. In het begin van de vorige eeuw kreeg het woonhuis het adres Wijk M nr 121 en in de jaren 70 het adres Oosterwijzend 11.

De geschiedenis van deze percelen en locatie is ver terug te herleiden. In ieder geval tot 1825. De kadastrale gegevens veranderden een aantal keer. Dat komt doordat de percelen samengevoegd en later weer opgesplitst werden. In de akte van 1825 hadden de percelen nog geen kadastrale nummers gekregen en werden deze met belendingen en namen omschreven. Gelukkig is het ijkpunt hier de Klikjes(sloot) en de Wijzend. Naar aanleiding van het overlijden van de huisvrouw van Arien Beemster , genaamd Geertje Pietersdr Kistemaker, erft Arien grote hoeveelheden onroerend goed. In deze akte wordt onder Midwoud met nummer 11 een perceel omschreven als “Een stuk grasland genaamd “de Kaag” aan de Wijzend…belend ten westen der eigenaar en “de Klikjes”. Nummer 12 een perceel wordt omschreven als “Een stuk grasland genaamd “de Middelkaag” aan “de Klikjes”….belend ten westen “de Klikjes”. De omvang van deze beide percelen samengevoegd zijn uiteindelijk in een akte uit 1856 terug te voeren naar het kadastrale nummer Sectie A nr 272 en dit perceel is ook weer terug te vinden in de Kadastrale kaart van Midwoud Sectie A uit 1826.

Kadastrale kaart van Midwoud Sectie A uit 1826. Linksonderin de punt is perceel nummer 272 te zien.
Percelen met nummer 272 en 273 vormden met elkaar de percelen (nr 798/799/800/801) in de tekeningen hieronder.
Lijst met verkopers en kopers van de betreffende percelen

Als we transportaktes naast elkaar leggen kunnen we opmaken dat ergens tussen 1870 en 1918 een woonhuis gebouwd was. De akte in 1870 spreekt nog over een weiland waar de akte uit 1918 één perceel beschrijft met “arbeiderswoning met erf”. In deze periode werd ook het perceel met nr 272 en nr 273 samengevoegd en opgesplitst in 4 nieuwe ‘kleinere’ percelen.

In 1918 verkocht de familie Winkel een grote hoeveelheid percelen in Nibbixwoud tijdens een openbare veiling in “de herberge van J.J. Bontje genaamd Het Wapen van Nibbixwoud”. Jan Haring Arienszoon kocht twee percelen. Perceel één betrof een perceel met “arbeiderswoning met erf ten noorden van de Wijzend” destijds in Midwoud kadastraal bekend onder Sectie A nr 571, die Jan Haring voor eigen gebruik kocht voor 1850 gulden. Het tweede perceel, “een perceel weiland ten noorden en aan de Wijzend en belend met de Kliksloot” destijds kadastraal bekend als perceel Sectie A nr 570 werd gehalveerd. Jan Haring zou de “oostelijke helft” gebruiken voor “eigen behoeve” en betaalde daar 4280 gulden voor. De “westelijke helft” was bestemd voor zijn broer Wiggert Haring voor eenzelfde bedrag. Het opsplitsen van perceel Sectie A nr 570 resulteerde in nr 800 (westelijke deel) en 801 (oostelijke deel).

Gerrit Kappelhof Janszoon kocht de twee percelen van Jan Haring in 1923 voor het bedrag van 5250 gulden.

In 1924 kocht mijn overgrootvader Klaas Goedhart van Gerrit Kappelhof Janszoon twee percelen die gezamenlijk een grote had van 1 hektare 23 aren en 10 centiaren voor het bedrag van 5250 gulden. Klaas heeft hier samen met zijn vrouw Betje Sachs gewoond. Hij was, net als zijn voorouders, tuinder van beroep. Voor zover we weten woonden zij in het “arbeiderswoonhuis” die in 1918 al bestond.

In 1954 besloot Klaas het bestaande arbeiderswoonhuis, dat in verval was geraakt, te laten slopen. Hij maakt bij de Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting aanspraak op premies en kreeg een eenmalige premie toegewezen van 3814 gulden, een jaarlijkse bijdrage van 95,50 gulden voor de duur van 10 jaar en daarnaast een eenmalige “krotopruimingstoeslag” van 572,10 gulden.

Een nieuw woonhuis werd ontworpen, de vergunning werd op 6 juni 1955 verleend waarna woonhuis kon worden gebouwd. De oude schuur (of stal) bleef staan, en wordt haaks op de nieuwbouw aangesloten en ingericht als woonkeuken en berging/schuur. De bouwkosten werden geraamd op 13.500 gulden. Dit nieuwe woonhuis was bedoeld voor zijn enige zoon (mijn grootvader) Dirk Goedhart die in 1957 trouwde met zijn vrouw (mijn grootmoeder) Bets Blank.

Bouwtekening Oosterwijzend 11 1954
Voorzijde van de woning omstreek 1973
Voorzijde van de woning omstreeks 1958
Achterzijde van de woning

Na het overlijden van mijn grootvader Dirk Goedhart in 1997 werd al snel duidelijk dat geen van hun kinderen het tuindersbedrijf en woonhuis wilde overnemen. Voor Bets werd duidelijk dat zij niet in staat is om het huis in haar eentje te onderhouden en dus werd in 1999 besloten om de percelen in de verkoop te zetten. Het woonhuis, de schuren en kas zijn gesloopt en een grote nieuwe vila werd gebouwd wat er vandaag de dag nog steeds staat.

Oosterwijzend 30

Ook zijn in het familiearchief eigendomsbewijzen terug te vinden vanaf 1910 van de percelen die in de boeken van Nibbixwoud onder de kadastrale gegevens bekend waren als Sectie A nr 493 en nr 494. Het woonhuis was ook bekend onder het adres Wijk W nr 29 en in de jaren 70 kreeg het het adres Oosterwijzend 14 en later nummer 30. Dit huis en de percelen liggen aan de zuidkant van de Wijzend en vielen van oudsher al onder de gemeente Nibbixwoud.

De geschiedenis van deze locatie is ook terug te herleiden. Inmiddels is het mij gelukt terug te gaan naar 1840. De kadastrale gegevens van deze percelen veranderen rond 1900. Daar waar Sectie A nr 493 en 494 stond, zien we de gegevens veranderen naar Sectie A nr 230 en 231 (beiden bouwland) en 232 (huis en erf). Gezien de omvang kunnen we concluderen dat nr 230 en 231 opgegaan waren in het nieuwe nr 494 en nr 232 kreeg het nieuwe nr 493.

Ook zien we dat gebeuren rond 1849, maar ik kan nog niet goed de koppeling leggen tussen de oude en de nieuwe perceel nummers. Wel worden in de desbetreffende notariele aktes verwezen naar voorgaande transportaktes. Er ligt dus een relatie.

Lijst met verkopers en kopers van de betreffende percelen
Kadastrale kaart van Nibbixwoud Sectie A De Wijzend uit 1826. Percelen 114 & 115 zijn waarschijnlijk de percelen waar we in dit stuk over praten.

Uit de transportaktes valt op te maken dat Cornelis Goedhart (1825-1906) in 1868 uit een openbare veiling drie percelen kocht (Sectie A nr 230, 231 en 232). Deze verkocht hij in 1893 aan zijn schoonzoon Martinus Kunst, echtgenoot van zijn dochter Marijtje Goedhart (1860-1950).

In 1910 kocht mijn betovergrootvader Dirk Goedhart (1858-1939) de twee percelen van Martinus Kunst voor 2000 gulden. Eén perceel bevat een “huis met getimmerte en erf” en het andere perceel is “bouwland”. Het huidige woonhuis heeft als bouwjaar 1925 gekregen. Dat betekent dat Dirk Goedhart het oorspronkelijke huis heeft laten afbreken en hier een nieuw woonhuis op had laten bouwen.

Familiefoto voor het huis van Dirk Goedhart en Kaatje Brugman 1932
Marijtje (Marie) Goedhart voor het ouderlijk huis in de jaren 50

In de decennia die volgden zien we een aantal overervingen terugkomen, na overlijden van Dirk Goedhart in 1939 kwam het eigendom in handen van zijn vrouw Kaatje Brugman. Als zij overlijdt in 1942 kwam het in eigendom van hun twee ongetrouwde dochters Catharina (Trien) Goedhart en Marijtje (Marie) Goedhart. Catharina Goedhart overleed in 1946 en zus Marie Goedhart in 1966 waarna het eigendom overging naar hun broer Piet Goedhart, maar die ziet van zijn erfdeel af ten goede van mijn grootvader Dirk Goedhart (1925-1997). Het gezin Dirk Goedhart heeft het financieel zwaar en dat maakt dat hij de volledige eigendom gegund kreeg van deze percelen, zodat hij deze weer snel kon verkopen, wat 6 maanden later ook gebeurde aan Frans Haakman.

Sinds 1993 is het woonhuis weer in bezit gekomen van een Goedhart-nazaat.