De families Kemper en Wolff woonden in de tweede wereld oorlog aan de Lodewijk Boisotstraat 2. Boven op zolder bevonden zich drie zolderkamers elk appartement (2-I, 2-II en 2-III) had één zolderkamer ter beschikking. Deze zolderkamers werden vanaf januari 1943 gebruikt als onderduikadressen voor diverse onderduikers. Uit de verklaring van mevrouw Thelma Wolff-Brugman (echtgenoot van Julius Wolff) gedateerd 22 oktober 1945 kunnen we opmaken dat er 5 mensen zaten ondergedoken. Wie zijn deze onderduikers en waarom zaten ze daar?
Theodorus Jan Korzaan
Theo Korzaan moest wegens het weigeren van arbeidsinzet in Duitsland sinds april 1943 onderduiken op dit adres. Theo was geboren op 28 april 1922 in ’s Gravenhage. Zijn ouders waren Derk Korzaan (1882-1961) uit Sappemeer en Elisabeth Johanna Nieuwstede (1881-?) uit Amsterdam. Theo werkte als Boekhouder bij de Rijksverzekeringsbank en was directe collega van Julius Wolff.
Bijzonder is dat Theo nog een buitenlandse paspoort aangevraagd had voor de arbeidsinzet, maar deze dienst uiteindelijk heeft geweigerd.


Theo trouwde met Louisa Henriëtte Amalia Rijnders op 4 oktober 1945 in Amsterdam. Het stel ging wonen aan de Lodewijk Boisotstraat 2-III. Theo overleed op 87 jarige leeftijd op 12 januari 2010.
Hans Egbertus Voll
Hans Voll zat vanaf januari 1943 ondergedoken, omdat hij een student was uit Nederlands-Indië. Hans werd op 14 mei 1919 geboren in Batavia, Nederlands-Indië, thans Jakarta, Indonesië. Zijn ouders waren Ludwig Heinrich Leopold Voll (1881-1948) en Corine Adelgonda Eugenie Muller (1892-1968). Hans was op 16 augustus 1938 overgekomen vanuit Nederlands-Indië om te studeren aan de “Kweekschool voor machinisten” in Amsterdam.
Waarom Hans precies ondergedoken zat is niet bekend. Mogelijk liggen er relaties met de Indonesische vereniging Perhimpoenan Indonesia die in 1942 werd verboden? Of de lokale Amsterdamse studentenvereniging/bond en verzetsgroep RoePI?
Hans heeft de oorlog overleeft en trouwt op 29 juni 1945 met Johanna Hiemstra (1914-?) in Leeuwarden. Hans is na de oorlog weer teruggegaan naar Indonesië, meer is er niet bekend over Hans en zijn vrouw Johanna.
Joods echtpaar Schott
Vanaf juni 1943 zaten 2 Joodse mensen ondergedoken. Het betrof een jong echtpaar welke bridge-vrienden waren van de familie Wolff en aan de Merwedeplein 8-I woonden. Het zijn Heinrich Schott en zijn vrouw Erika Schott-Wechsler. Zij zijn een maand eerder op 19 mei 1943 getrouwd in Amsterdam en gaan samenwonen in het ouderlijk huis van Erika. Haar ouders waren eerder op 4/5 maart 1943 opgepakt en overgebracht naar Kamp Vught. Als ik het goed begrijp kreeg Erika vrijstelling, vanwege haar functie.


Op zondag 20 juni 1943 vond in Amsterdam Zuid en in een deel van Amsterdam Oost een grote razzia “Grossaktion” plaats op de laatste overgebleven joden. De bezetter, samen met de Amsterdamse politie, sloten alle straten af en ging de huizen binnen om de joden naar de verzamelplaatsen te brengen. Van de verzamelplaatsen werden de mensen per tram naar het Muiderpoortstation vervoerd. Per trein werden ze overgebracht naar doorgangskamp Westerbork. De meesten gingen hierna naar de vernietigingskampen, zoals Auschwitz-Birkenau, Bergen-Belsen en Sobibor.
De Rivierenbuurt werd afgezet bij de Berlagebrug, langs de Ceintuurbaan en langs de Rivierenlaan. Eén van de verzamelplaatsen was het Daniël Willinkplein op het grasveldje voor de ‘Wolkenkrabber’. Andere verzamelplaatsen waren: het Olympiaplein, Sarphatipark en de Polderweg. Op die dag werden 5550 joden opgepakt en weggevoerd. (bron: Geheugenvanplanzuid.nl)
Het Merwedeplein ligt middenin de Rivierenbuurt waar destijds veel Joodse mensen woonden, waaronder ook de familie Frank (Otto en zijn vrouw Edith en hun dochters Margot en Anne Frank, Merwedeplein 37-II). (bron: Joodsamsterdam.nl)


Nadat Erika en Heinrich bij de huiszoeking aan de Lodewijk Boisotstraat 2 van 5 februari 1944 zijn ontdekt, zijn zij afgevoerd en vermoedelijk vastgehouden in de Huis van Bewaring in Amsterdam en op 11 februari overgebracht naar Kamp Westerbork. Zij zaten daar in Barak 67. Op 3 maart 1944 werden ze op transport gezet naar Vernietigingskamp Auschwitz. Al daar is Erika op 31 juli 1944 vermoord en Heinrich is nog op transport gezet naar Bergen-Belsen waar hij op 8 mei 1945 is doodverklaard.
Ook de ouders van Erika zijn in Auschwitz vermoord. Haar vader op 30 april 1944 en haar moeder is op 31 december 1944 doodverklaard. Mogelijk hebben Erika en haar moeder elkaar nog teruggevonden in Auschwitz?
Raden Mas Rasono Woejaningrat
Raden Mas Rasono (Woejaningrat) kwam vanaf januari 1943 in het huis wonen van de familie Wolff aan de Lodewijk Boisotstraat 2-I. Hij zat daar ondergedoken, vanwege zijn activiteiten voor de Indonesiche vereniging Perhimpoenan Indonesia en afsplitsing daarvan genaamd RoePI (Roekoen Peladjar Indonesia), waar hij in het bestuur zat.
Raden Mas werd op 22 juni 1913 geboren in Soerakarta, Nederland-Indië. Zijn vader was Raden Mas Hario Woejaningrat en zijn moeder heette Raden Sitoresmi. Rasono kwam op 16 december 1938 naar Nederland om Indonesisch Recht te studeren in Leiden. In Leiden kwam hij in aanraking met de Indonesische studentenvereniging Perhimpoenan Indonesia (P.I.) waar hij lid van werd. P.I. was voor onafhankelijkheid van Indonesië en tegen het Nederlandse koloniale bewind. Maar ze waren ook tegen het racistische naziregime. Na de Duitse invasie moesten de P.I.-leden beslissen of ze nu aan de kant van hun koloniale onderdrukker zouden vechten. Het bestuur riep de leden op om zich te verzetten tegen de Duitse bezetting.
Eind jaren twintig kwam de P.I. in communistisch vaarwater, mede omdat alleen daar blijvende steun te vinden was voor een vrij vaderland. Veel studenten voelden zich niet thuis bij die koerswijziging. Er gold al een ambtenarenverbod voor leden van Perhimpoenan Indonesia, zodat de meesten in het geheim meededen – er zijn dan ook geen bestuursfoto’s. Maar voor communisten gold dit verbod nog sterker. Dat was onhandig voor wie aangewezen was op een latere koloniale bestuursfunctie. Zo ontstond in 1936 een nieuwe culturele en sociale vereniging, Roepi. De volledige naam luidde ‘Roekoen Peladjar Indonesia’, Bond van Indonesische studerenden. In het bestuur kwamen leden van de verschillende eilanden, universiteitssteden en overtuigingen bij elkaar. Leiden was de centrale plek, maar er ontstonden ook groepen in Den Haag, Amsterdam, Wageningen en andere steden.
Van de groep in Amsterdam was Rasono een van de bestuursleden. Maar ook Evy Poetiray. Als enige vrouw in het bestuur en erkent als verzetstrijdster. Ze werkte als koerierster voor illegale verzetsbladen. Daarnaast bood ze ook onderdak aan onderduikers in haar woning en organiseerde ze samen met haar latere echtgenoot, Marangin Siantoeri, bijeenkomsten voor studentenverzetsgroepen en ondergedoken Indonesiërs.

De Perhimpunan Indonesia (P.I.) werd in 1940 door de Duitse bezetter verboden. Desondanks ging de organisatie ondergronds verder en zette een netwerk van linkse studentenverzetsgroepen op o.a. via Roepi. P.I. was betrokken bij het drukken en verspreiden van verzetsbladen zoals De Bevrijding, Vrij Nederland, De Waarheid, Trouw, Het Parool en De Vrije Pers. Daarnaast organiseerde P.I. verzetsbijeenkomsten, hielp bij het verbergen van Joden en vervolgde verzetsstrijders, verschafte distributiebonnen en valse papieren aan mensen in onderduik, en zette gewapend verzet en radio-luisterposten op. Hun strijd tegen het fascisme was onlosmakelijk verbonden met hun strijd tegen koloniale onderdrukking.
Rasono trouwde op 12 oktober 1946 met Thelma Brugman (1909-1965), de weduwe van Julius Wolff. Rasono overleed op 20 januari 1994 in Amsterdam op 80-jarige leeftijd.

Bronnen:
https://www.liberationroute.com/nl/stories/378/evy-poetiray
https://www.bevrijdingintercultureel.nl/indie.html
OPROEP! Mocht u meer informatie hebben over (één van) bovenstaande personen? Ik kom graag met u in contact.




















