Nederlandse Rode Kruis dossier Christiaan Carel Kemper (1887)

Categories:

Medio 2021 heb ik een onderzoeksvraag uitgezet bij het Nationaal Archief met betrekking tot Christiaan (Chris) Carel Kemper in het archief van de Nederlandse Rode Kruis, die bij het Nationaal Archief is ondergebracht.

Op 18 november 2021 ontving ik de resultaten uit dat onderzoek. Er werden 5 dossiers gevonden over Chris.

– Archief Nederlandse Rode Kruis (NRK), Europese persoonsdossiers, toegangsnummer 2.19.288, inv.nr. 70073 (dossier 81489). Nog niet openbaar
– Archief Nederlandse Rode Kruis (NRK), Centraal Europese Cartotheek, toegangsnummer 2.19.287, inv.nr. 198 (drie kaarten op naam, waarvan twee in het dossier).
– Archief Nederlandse Rode Kruis (NRK), Afwikkelingsbureau Concentratiekampen, toegangsnummer 2.19.313, inv.nr. 36 (twee kaarten op naam).
– Archief Nederlandse Rode Kruis (NRK), Opgave Representanten Formulieren, toegangsnummer 2.19.304, inv.nr. 10 (OR15944).
– Centraal Afwikkelingsbureau Duitse Schade-uitkeringen (CADSU), toegangsnummer 2.08.46, inv.nr. 691 (dossier 116.353). Nog niet openbaar

Van de dossiers die al openbaar beschikbaar zijn, werden digitale versie van de documenten bijgesloten bij de e-mail. De niet-openbare dossier kunnen alleen bij het Nationaal Archief ingezien worden.

In twee van de openbare dossiers valt te lezen wat de aanleiding was van de arrestatie van Chris, namelijk “Joden verborgen”. Hiermee wordt dus bevestigd dat ze Joden haden ondergedoken aan de Lodewijk Boisotstraat 2-II. Niet alleen Chris, maar ook “Kok en vrouw” zijn tegelijkertijd gearresteerd. Ik neem even aan dat “vrouw” in deze zijn vrouw Ans was, aangezien zij ook onderdeel uitmaakte van het huishouden. Maar wat bedoeld wordt met “Kok”, is mij niet bekend. Hadden ze een kok?

Ook lezen we dat Chris gearresteerd werd door de Hollandse Recherche en de Politie.

In een dossier valt ook de chronologische volgorde te lezen vanaf de arrestatie van Chris tot zijn dood in Buchenwald. Het blijkt dat hij lange tijd opgesloten zat in een cel aan de Amstelveenscheweg in Amsterdam (Huis van Bewaring II), voordat hij op 1 maart 1944 naar Kamp Vught verplaatst werd. In een dossier is te lezen dat hij daar in “Blok 8A” heeft gezeten. En ander dossier laat “Blok 18A” zien. Als ik naar de plattegrond van Kamp Vught kijk, dan zien we dat Joodse mensen in “Blok 8A” zaten en strafgevangenen in “Blok 18A”. Daarmee neem ik aan de “Blok 18A” de juiste is.
Op 8 september 1944 is hij vervolgens op transport gezet naar Oranienburg (Sachsenhausen).

Archief Nederlandse Rode Kruis (NRK), Opgave Representanten Formulieren, toegangsnummer 2.19.304, inv.nr. 10 (OR15944)
Archief Nederlandse Rode Kruis (NRK), Afwikkelingsbureau Concentratiekampen, toegangsnummer 2.19.313, inv.nr. 36
Archief Nederlandse Rode Kruis (NRK), Afwikkelingsbureau Concentratiekampen, toegangsnummer 2.19.313, inv.nr. 36

5 april 2022 mocht ik in het Nationaal Archief het Rode Kruis Persoonsdossier van Christiaan Carel Kemper, wat nog niet openbaar is, inzien. Wat opmerkelijk is, is dat ik de dag ervoor op internet een website tegenkwam (https://4en5meidebaarsjes.nl/film/julius-wolff/) over de Surinaams-Joodse Julius Wolff, die samen met zijn gezin in de oorlog woonde aan de Lodewijk Boisotstraat 2-I. Julius was nauw betrokken bij het Indonesische verzetsgroep en van daar uit ook onderduikverschaffer. Hij werd begin 1944 verraden en opgepakt door de bezetters. Via Kamp Vught in maart 1944 komt hij uiteindelijk in Kamp Dachau terecht, waar hij door ziekte bezwijkt. Een bijzonder verhaal, die naadloos aansluit op het verhaal van bovenbuurman Christiaan Carel Kemper. Zou het Joodse gezin dat bij Chris in huis ondergedoken zat, door Julius zijn geregeld? Ik heb geprobeerd contact te leggen met zijn dochter Aja Wolff. Hopelijk kan zij meer informatie geven.

In het Nationaal Archief kreeg ik het Rode Kruis Persoonsdossier van Chris onder ogen. Ik mocht geen foto’s maken, maar mocht wel aantekeningen maken op mijn laptop. Ik vind in dit dossier diverse documenten die het beeld rondom Chris zijn situatie enerzijds bevestigen, maar ook aanvullen. Bijvoorbeeld over de wijze waarop Chris is omgekomen en door brieven van familie na de oorlog die uitleggen wat er gebeurde ten tijde van de arrestatie. Sommige stukken grepen mij erg aan.

Eén van de eerste documenten die ik vond, was een brief van Fons:

Brief van Alphonses Maria Kemper d.d.15 febr 1946

Mijne heeren,
Naar aanleiding dat mijne vader, den Heer C.C. Kemper tot nog toe niet uit het concentratiekamp is teruggekeerd, zou ik U graag om enige inlichtingen willen vragen. U moet namelijk weten dat mijn vader op 6 Februari 1944 is gevangen genomen, omdat hij Joden in huis had. Den Heer Wolff welke bij mijn vader op de eerste etage woont, is voor hetzelfde ter gelijke tijd weggehaald. Dit alles heeft zich afgespeeld in Perceel Lod. Boisotstraat 2-II Amsterdam West. Nu heeft de Fam. Wolff alwels bericht gehad, dat hun Man en Vader is overleden. Van mijn Vader echter mochten wij tot nog toe geen bericht ontvangen, zoowel niet dat hij nog in leven is, wat wij natuurlijk nog stil hopen, als van zijn overlijden, wat wij nog meer voor zeker houden. Nu zou ik graag willen weten of U ons misschien iets naders omtrent mijn vader zou kunnen mededelen. Misschien dat er bij U iets over hem bekent is. Hij heeft tot Sept. Ongeveer in Vucht gevangen gezeten, vanwaar wij verschillende briefjes ontvingen. Daarna is hij echter naar Duitsland over gebracht, en sindsdien is er niets meer van hem vernomen. Het vermoeden is er dat hij naar Saksen House (Sachsenhausen) of naar Oraniënburg is vervoerd. Volgens mijn eigen ervaring zijn de gevangenen die in het kamp Oraniënburg waren, bij doorstoot van de Russen allen onder geluide van de 44 schooiers weggevoerd over Gransee naar Neuropien dat is 80 a 90KM van Berlijn. Daar werden zij door de Russen opgevangen. Van de 30.000 mensen welke uit Oraniënburg weggevoerd zijn, zijn er slechts 12.000 levend bij de Russen gekomen. Van deze mensen heb ik er vele gesproken, maar het aantal Hollanders was nogal gering en er waren al vele op weg naar huis dat geen van allen mij iets omtrent mijn Vader kon vertellen. Dit alles heb ik persoonlijk meegemaakt en zou graag U uitsluitsel over dit geval hebben. Wij hebben nog verzekeringen lopen voor mijn Vader waarvoor wij nog wekelijks betalen. Weet U nu misschien of wij dat eventueel wel of niet meer behoeven door te betalen. Ik hoop dat U ons omtrent dit alles eenig uitsluitsel kunt geven en dat ik spoedig een antwoord van U tegemoet mag zien. Met voorbaat onze hartelijke dank teken ik

Hoogachtend
Alph. M. Kemper
2e Kostverlorenkade 23-I
Amsterdam-West

Deze brief bevestigd de koppeling tussen Chris en Julius! Daarnaast geeft de brief ook inzicht in wat de familie allemaal heeft moeten doorstaan om duidelijkheid te krijgen over de situatie van Chris en hoe hoog de wanhoop was. Erg pijnlijk om te lezen. Daarnaast zit er een verslag uit 1946 in het dossier waarin twee getuigenverklaringen beschreven worden. Deze verklaringen vond ik ook erg pijnlijk om te lezen.

Document Kemper, Christiaan Carel.Geb. 15 Januari 1887

Woonplaats: Amsterdam

6 Februari 1944 gearresteerd.
Overgebracht naar Vught
6 september 1944 naar Oraniënburg

1. R.J. Ebens, Schoolholm 8a, Groningen, was met iemand, Kemper genaamd, uit Amsterdam in Sachsenhausen en Buchenwald.
SACHSENHAUSEN
samen bij het kabelcommando “Kabelden”. Samen aan dezelfde tafel. Naar hij meent in block 47 of 49. Kemper was in Canada geweest als kweeker. Dit werd een mislukking. Zijn zoon is daar gebleven bij familie.
K. was een prettig verteller E. liet de menschen veel vertellen over hun werk en ervaringen.
Dit alles is gebeurd na 15 januari 1945.
BUCHENWALD
In B. trof Ebens hem weer. Hij praatte niet meer en werd geeler en geeler. Het bekende verschijnsel.
De hoop en energie waren verdwenen. Lag ’s-Morgens dood op bed. Pl.m. begin Maart 1945.
E. is bereid nadere inlichtingen te verstrekken aan de familieleden indien Kemper de bewuste persoon is.


2. D. Schut, Vlamingstraat 36, Delft,
leerde hem in Vught kennen en vertelde hij, dat hij in Amerika was geweest, met zijn zoon, als warmoezier. Hij had in Amsterdam een zaak en verkocht o.a. meubelwas. Samen naar Oranienburg gegaan, waar wij in barak 46 waren. Hij ging hard achteruit, had honger werd steeds magerder en had geen kracht meer. Laatst van Januari 1945 naar Buchenwald getransporteerd, waar hij in Maart 1945 een handinfectie kreeg. Toen lag hij in barak 49. Het was niet om aan te zien en er werd niet veel aan gedaan. Daarna is hij in het ziekenhuis overleden.

Vooral de verklaring van R.J. Ebens sluit helemaal aan op het leven van Chris en is daarmee erg betrouwbaar.Ook de reden waarom Chris nooit is geadministreerd bij aankomst in Buchenwald wordt hiermee onderbouwd. Hij was zo verzwakt dat hij niet meer kon spreken.

Op basis van deze verklaringen heeft het Nederlandse Rode Kruis in 1948 een overlijdensakte van Chris opgevraagd bij de Duitse gemeente Weimar en uiteindelijk ook laten registreren bij de Gemeente Amsterdam.

Verder zit er ook een schade uitkeringsdossier bij. In 1963 kreeg de vrouw van Chris een compensatie van de overheid. Ook bij het aanvraagformulier uit 1963 van Ans, wordt weer iets duidelijk.

Aanvraag formulier B Centraal Afwikkelingsbureau Duitse Schadeuitkeringen

Aanvrager: A.E. Kemper-Paauw
Datum: 3 september 1963
 
Wat was de oorzaak van het overlijden?
uitputting door het verblijf in de concentratiekampen
 
Waar en op welke datum werd de vervolgde van zijn vrijheid beroofd?
Amsterdam, 5 febr. 1944
 
Om welke reden werd de overledene vervolgd?
Deelname aan het verzet
 
Reden vrijheidsberoving
Hij heeft gedurende 1,5 jaar zonder winstbejag onderdak verleend aan een Joods echtpaar

Hier wordt expliciet in genoemd dat Chris deelnaam aan het verzet. Wat verzet precies inhoud, is de vraag. Actief aan hét verzet? of in verzet omdat ze een Joods gezin hadden verborgen?
Verder wordt hier duidelijk dat Chris en Ans al 1,5 jaar een Joods echtpaar in huis hadden.

Het beeld van verloop vanaf de arrestie tot Chris zijn overlijden is duidelijk geworden. Er zijn nog wel een aantal zaken die ik wil (proberen) verder uit te zoeken. Dat is de relatie tussen Chris en Julius en in hoe verre Chris actief betrokken was bij het (Indonesisch) verzet. Daarnaast ben ik benieuwd of we nog ergens kunnen achterhalen hoe en door wie Chris is verraden. En ik ben heel erg benieuwd naar het Joodse gezin dat bij Chris en Ans ondergedoken zat.

Met een dubbel gevoel ben ik hiermee bezig. Enerzijds trots om voorouders te hebben die zich hebben ‘verzet’ tegen de bezetter en hulp hebben geboden aan de medemens die voor hun leven moesten vrezen. Aan de andere kant natuurlijk het schrikbarende verloop van Chris zijn arrestatie tot zijn dood. Eén ding is zeker, die Stolperstein ter ere aan Chris gaat er komen!