Eén van mijn voorvaderen is Pieter Jansz Goedhart. Hij werd gedoopt op 7 september 1757 in Zaandam en trouwde op 3 augustus 1783 met Jacoba Oenes Carré uit Medemblik. Samen gingen ze in Medemblik wonen waar ze hun gezin stichten. Een gezin met uiteindelijk 7 kinderen. Zijn vrouw Jacoba overleed op 21 april 1796 in Medemblik. Pieter trouwde daarna met zijn tweede vrouw Jannetje Louwes Komen (ook weduwe) op 10 november 1799 in Wervershoof en samen met haar kregen ze twee kinderen, die beiden kort na hun geboorte overlijden.
Oud Rechterlijke Archief Medemblik
Eind 2018 ben ik het Westfriesarchief eens gaan bezoeken. Aldaar kwam ik in aanraking met het Oud Rechterlijke Archief. Een bron waar ik mij daarvoor nog nooit in had verdiept. Deze bron was nog niet digitaal beschikbaar en dus mocht ik voor het eerst in mijn leven achter een microfiche apparaat plaatsnemen. Een wereld ging voor mij open.
Al snel leerde ik hoe ik door de diverse microfiches kon zoeken en wat ik zoal kan terugvinden in het Oud Rechterlijke Archief. Natuurlijk had ik al overlijdensdata van zowel Jacoba Carré als van Pieter Jansz Goedhart. Dus rond die datum ging ik zoeken en al snel vond ik de nodige aktes rondom boedel verdeling en transportaktes. Hoewel de transport aktes mij niet veel vertelden.
Daarnaast las ik in de aktes bij het overlijden van Pieter Jansz Goedhart dat zijn minderjarige kinderen een voogd kregen toegewezen. De zwagers van Pieter, genaamd Cornelis Carré (broer van Jacoba Carré) en Jan Komen (broer van Jannetje Komen) worden aangemerkt als weesmeesters. Interessante term, ik ben benieuwd naar de benoeming van deze weesmeesters en vooral waar de kinderen van Pieter terecht komen. Ik vraag de archivaris van het Westfriesarchief om hulp. Zij verwijst mij door naar iemand die toevallig aanwezig is in de zaal op dat moment en is gespecialiseerd in de geschiedenis van Medemblik. Historicus Peter Swart helpt mij bij mijn zoektocht. Helaas komen we snel tot de conclusie dat de benoemingen in het archiefdeel van de weeskamer moet zitten, maar dat deel verloren is gegaan. Peter Swart is op dat moment toevallig bezig met het indexeren en in kaart brengen van onroerend goed in Medemblik via verpondingskohieren rond diezelfde periode en herinnerde zich de naam Pieter (Jansz) Goedhart.
De dagen erna hebben Peter en ik veelvuldig contact via de email en brengen we transportaktes en verpondingskohieren samen rond de familie Goedhart en Carré.
Vooreiland
In een transportakte uit Medemblik van 11 juli 1806 is te lezen dat een huis van wijlen Pieter Jansz Goedhart wordt verkocht. Dit huis wordt als volgt aangeduid: “Een huijs, erf en stuk grond staanden en gelegen binnen deze stad op het voor Eiland belend met Douwe Kieft ten oosten en Jan Cornelis Smit ten westen…”
Peter Swart weet mij te vertellen dat het om een huis gaat wat op het Vooreiland staat in Medemblik. Vanuit de belendingen is een koppeling te maken met de verpondingkohier van Medemblik. “Dankzij de belendingen kan ik dit huis exact duiden: Vooreiland 11. Nr.10 was in 1806 eigendom van Jan Cornelisz Smit en nr.12 was inderdaad van Douwe Kieft.”

Oke, hoe kunnen we er zeker van zijn dat we vanuit de belendingen en de verpondingskohieren kunnen vaststellen dat Pieter Jansz Goedhart het huis bewoonde wat hedendaags Vooreiland 11 is? Het is nogal een tijdrovende puzzel, allereerst kunnen we middels de verpondingskohieren én transportaktes het gebied (de wijk of zelfs straat) en de belendingen bepalen. Zeker als er bepaalde markante panden in de buurt staan is de exacte locatie van een pand al te bepalen.
Door een overzicht te maken van de verkopen van de betreffende panden vanuit transportaktes krijg je een goed overzicht wie op welk moment eigenaar was van een pand. Als we kijken naar de transportaktes van Vooreiland 12, dan zien we daar belendingen in terugkomen waarmee we de precieze locatie kunnen duidden, vanwege een markant pand genaamd “Pakhuis De Wolf”.

Rond 1826 zijn steden en dorpen opgedeeld in wijken en hebben huizen een nummer gekregen maar nog geen straatnaam. Bijvoorbeeld Wijk Z Nummer 14 of Wijk 3 Nummer 32. Transport van onroerende goederen ging rond diezelfde periode over naar Notarissen en dus moeten we vanaf die tijd verder zoeken in Oud Notariele Archieven. Bij de invoering van de Burgerlijke stand in 1812 zien we ook dat bij geboorte, huwelijks en overlijdensaktes vaak het woonhuis van iemand wordt beschreven. Daarmee zijn ook die aktes een belangrijke informatiebron geworden. Zo kan uit een overlijdensakte van een zoon van het gezin Theophilus Jacobus Tinkelenberg & Geertruida Kraaijkamp (weduwe van Jan Cornelis Smit, vorige eigenaar van het pand) aflezen “echtelieden wonende op het vooreiland W2 No 140”.
De koppeling tussen de huisaanduiding van Wijk x Nummer Y naar de hedendaagse adressen is vaak moeilijk te maken. Midden 20e eeuw werd het gebruik van de bestaande huisaanduidingen te complex en kregen straten namen en huizen nieuwe nummers. Toevallig vind ik een document op internet waarin een stuk plattegrond van het Vooreiland is te zien met daarin de oude huisaanduidingen en de nieuwe nummers.
Kortom Pieter Jansz Goedhart woonde inderdaad met zijn gezin in het huis wat vandaag het Vooreiland 11 is. Een zoekactie op internet wijst naar een prachtige momentaal pand wat momenteel eigendom is van de Stichting Hendrick de Keyser.
“De huizen Vooreiland 11 en 12 werden gelijktijdig met het naastgelegen Vooreiland 10 gebouwd (dit laatste huis is niet in bezit van Vereniging Hendrick de Keyser). Vermoedelijk werden de drie huizen kort na de aanleg van de Eilandshaven in 1631-1632 opgetrokken. Van de bewoningsgeschiedenis is zeer weinig bekend. Wel is zeker dat de panden in de 19de eeuw in gebruik waren als pakhuis. Aan het eind van die eeuw kreeg nummer 11 opnieuw een woonfunctie. Nummer 10 werd tot de restauratie van beide panden in 1977 gebruikt als opslag voor een zoutziederij.
De huizen zijn gebouwd in renaissance-stijl, met fraaie 17de-eeuwse trapgevels. De bakstenen gevels worden geleed door natuurstenen banden en waterlijsten. Een fries loopt door over de drie gevels en is voorzien van vijf gevelstenen. Uiterst links en uiterst rechts bevinden zich twee zeilschepen. De drie gevelstenen daartussenin beelden ‘hoop’ of ‘wijsheid’, ‘geloof’ en ‘matigheid’ uit.
Bij de restauratie moest de trapgevel van Vooreiland 12 wegens de zeer slechte staat opnieuw worden opgetrokken. Aan de achterzijde werd dit huis voorzien van een nieuwe puntgevel met vlechtingen, naar het voorbeeld van de achtergevel van Vooreiland 11. Beide huizen kregen aan de voorzijde gereconstrueerde houten onderpuien.
Voor meer informatie zie Huizen in Nederland, deel I Friesland en Noord-Holland, pp. 221-223.”
Nummer 10, 11 en 12 aan het Vooreiland vormen samen Het Scheve Huis. De gevels van deze panden zijn doelbewust iets naar voren hellend gebouwd. Deze gevels en de zeventiende-eeuwse trapgevels zorgen voor de renaissancestijl. Heb jij de vijf bijzondere gevelstenen al gespot? Twee daarvan tonen zeilschepen en op de andere gevelstenen zie je ‘hoop’ of ‘wijsheid’ en ‘geloof’ en ‘matigheid’.
Bijzonder om te zien in de verpondingskohieren uit de tijd van 1780-1806 is dat bij dit huis geen eigenaren beschreven staan. Het huis was oorspronkelijk van de stad, maar uiteindelijk is Pieter Jansz Goedhart eigenaar van dit huis geworden weten we uit een verkoop in 1806, maar klaarblijkelijk zonder dat hij hiervoor kohieren (belasting) hoefde te betalen. Daarnaast zijn er geen transportaktes te vinden dat Pieter Jansz Goedhart dit huis koopt. Vreemd..
Bij het doorpluizen van de transportaktes van dit huis (en de aangrenzende huizen) en het in kaart brengen van de belendingen kom ik tot de conclusie dat op 11 november 1770 bij verkoop van Vooreiland 12, Vooreiland 11 in bezit is van Oene Reindertsz Carré. Dat is de vader van Pieter zijn vrouw Jacoba Carré en hij overleed in april 1789. Kortom het is zeer aannemelijk dat Pieter het huis samen met zijn vrouw heeft geërfd van Oene Carré. Ook vanuit de verpondingkohieren is duidelijk dat Oene tussen 1780 en 1789 geen kohieren (belasting) hoefde te betalen. Dat is bijzonder…
Raadhuis van Medemblik
In de verpondingskohieren van Medemblik is Peter Swart de naam Pieter Goedhart tegen gekomen.
Oude Haven noordzijde: 1782/83-1785 Pieter Goedhart
Nieuwe Haven (=Oosterhaven): 1784-1785 Pr Goedhart
Tuinstraat oostzijde: 1786-1789 Pieter Goedhart
Helaas onbreekt de patroniem “Jansz”, waardoor we niet met zekerheid kunnen stellen dat het om dezelfde Pieter Goedhart gaat. Hoewel de jaartallen prima op elkaar aansluiten.
Wel durf ik met enige zekerheid vast te stellen dat Pieter Jansz Goedhart het huis bewoonde dat ten westen (links) van het oude raadhuis in Medemblik stond. Hoe dan? Een transportakte waarin ene Pieter Goedhart (helaas wederom zonder patroniem) op 22 april 1789 een huis verkoopt staat: “Een huijs, erf en grondt staande en gelegen aan de westzijde van het raadhuijse binnen dese stad, belendt met theunis pijl ten westen, en met het raadhuijse ten oosten.”
De transportakte van verkoop van dit huis dateert uit 1789, dat was ook het jaar waarin zijn schoonvader Oene Carré overleed en Pieter Jansz Goedhart en zijn vrouw Jacoba Carré zeer waarschijnlijk het huis erfden op het Vooreiland.
Kaasdrager & Sjouwer
Peter Swart wijst mij ook op een aantal andere mogelijk interessante bronnen van Medemblik in mijn onderzoek naar Pieter Jansz Goedhart. Zo kom ik in aanraking met het “Oud archief Stad Medemblik 1416-1816” een archief waar interessante stukken in te vinden zijn zoals de “Resolutiën van de Burgermeesters” en Memoriaal van de Burgermeesters”. Ik kom erachter dat dit archief best groot is en nog niet is geindexeerd. Met andere woorden zoeken naar een speld in een hooiberg. Echter ik besluit in de Resolutiën rond het overlijdensdatum van Pieter Jansz Goedhart te zoeken, maar helaas niet te vinden. En ook rond de overlijdensdatum van zijn schoonvader Oene Carré en wat blijkt. Op een vergadering van de Burgermeestes op 10 april 1789 wordt het overlijden van Oene Carré genoemd. Hij was kaasdrager en sjouwer van de stad. De taak van kaasdrager wordt overgedragen aan iemand anders en de taak van sjouwer van de stad gaat naar Pieter Goedhart! Wat een vondst!

Dit zou overigens ook antwoord op de vraag kunnen geven waarom zowel Oene Carré als Pieter Jansz Goedhart voor het huis op het Vooreiland geen kohieren (belasting) betaalden. Zij waren namelijk in dienst van de stad.
Pieter (Sijmonsz) Goedhart
In mijn zoektocht in Medemblik kom ik rond dezelfde tijd de naam Pieter Goedhart veel tegen. Zowel in de Doop- Trouw- en Begraafboeken als in Gaardersarchieven en Oud Rechterlijke Archieven. De naam Goedhart komt eigenlijk niet voor in Medemblik, dus ik koppel deze informatie al snel aan elkaar, maar kom dan tot de conclusie dat veel informatie helemaal niet aansluit op elkaar. Vreemd…de ene Pieter Goedhart is van Rooms Katholiek geloof en de andere is Gereformeerd. Totdat ik ergens lees dat er een Pieter Sijmonsz Goedhart rond die tijd ook in Medemblik woont. Interessant…nog een Goedhart. Hoewel de broer van Pieter Jansz Goedhart toevallig Simon Jansz Goedhart heet en ook in Medemblik trouwt in 1783 met zijn vrouw Trijntje Teunis Wildeboer, blijven zij niet in Medemblik wonen. Daarnaast is Pieter Sijmonsz Goedhart, gezien zijn leeftijd, ook geen zoon van Simon Jansz Goedhart. Ik besluit verder onderzoek te doen naar Pieter Sijmonsz Goedhart, want wellicht heb ik iets over het hoofd gezien.
Het volgende vind ik:
Pieter Sijmonsz Goedhart gaat als jongeman op 25 juni 1796 in ondertrouw met Maartje Claas Schoenmaker in Medemblik. In de ondertrouwakte staan zijn ouders ook vermeldt onder de naam Zijmon Pietersz Goedhart en Trijntje Benjamins de Jong.
Pieter Sijmonsz Goedhart trouwt als weduwe, want Maartje Claas Schoenmaker overleed op 16 juni 1800, op 8 februari 1801 met Caatje Foeken in Medemblik. Pieter Sijmonsz Goedhart overlijd op 30 januari 1832 in Medemblik.
De vader van Pieter Sijmonsz Goedhart kom ik onder de naam Goedhart niet tegen in Medemblik. De naam van zijn moeder Trijntje Benjamins kom ik wel tegen. Zij trouwt in Medemblik op 20 mei 1775 met Sijmon Pietersz de Vries(?). Vreemd…hoe zit dit? Simon Pietersz de Vries, in Medemblik op 29 juni 1749 gedoopt, overlijdt onder de naam ‘de Vries’ op 21 februari 1783.
Vanuit dit huwelijk wordt een kind gedoopt op 1 oktober 1775 in Medemblik genaamd Pieter.
Alles klopt, dus dit zou inhouden dat Pieter zijn achternaam heeft veranderd van ‘de Vries’ naar ‘Goedhart’.
In een huwelijksakte van zijn zoon Pieter Goedhart van 13 mei 1832 te Medemblik wordt uitgebreid verslag gedaan van zijn ouders en grootouders. Waarschijnlijk om verwarring van de naamsverandering van zijn voorouders te voorkomen. In de akte staat: “Pieter Goedhart van beroep kledermaker, oud een en twintig jaren, geboren te Medemblik den negentiende augustus achtien honderd en tien en wonende alhier in wijk 2 no59, jongman meerderjarige zoon van Pieter Sijmonsz Goedhart ook genaamd de Vries en van deszelfs huisvrouw Kaatje Foeken beiden alhier overleden. De eerste den dertigsten january achtien honderd twee en dertig, de laatste den vierden maart achtien honderd veertien, kleinzoon van Simon Pietersz de Vries, den een en twintigsten february zeven(tien)honderd vier en tachtig en Trijntje Benjamins den zesden juny achtien honderd zeven binnen deze stad overleden van vaders zijde…”
Kortom hiermee wordt bevestigd dat Pieter Sijmonsz Goedhart zijn achternaam heeft veranderd en deze Goedhart geen aansluiting heeft met onze stamboom.































