Bezoek in Berlijn & Sachsenhausen 2025

Categorieën:

In augustus 2025 was ik met mijn gezin op vakantie geweest in Duitsland in de buurt van Berlijn, waarbij we Berlijn meerdere dagen hadden bezocht. Enerzijds om de stad te leren kennen, maar ook om meer over de familie Cohn te ontdekken. Mijn partner stamt af van de familie Cohn die zich in Berlijn hadden gevestigd vanaf ongeveer 1870 tot de Tweede wereld oorlog. De overgrootvader van mijn partner was genaamd Konrad (gen. Chaskel) Cohn (1866-1838). Hij woonde sinds 1879 in Berlijn met zijn ouders, broers en zussen. Hij was een succesvolle tandarts met een eigen praktijk in Berlijn en leefde daar tot zijn dood met zijn gezin. Klik voor meer informatie over Konrad Cohn. We vinden sporen van Konrad Cohn, van zijn zoon Ludwig Cohn en zelfs van mijn overgrootvader Christiaan Carel Kemper.

Bezoek aan het Charité Institut für Zahn-, Mund- und Kieferheilkunde (voormalige Deutsches Zahnärztliches Institut)

De eerste dag in Berlijn was regenachtig, een mooie dag om eens het archief van de Charité Institut für Zahn-, Mund- und Kieferheilkunde te bezoeken. In mijn onderzoeken naar het werk van Dr. Med. Konrad Cohn wist ik dat hij allerlei artikelen geschreven had welke te vinden zijn in dit archief. Van te voren had ik een lijst gemaakt van de diverse naslagwerken die ik wilde raadplegen.

Terwijl ik het pand inliep, liep ik langs een ruimte waar vitrines stonden met betrekking tot de geschiedenis van het instituut. Bijzonder om te zien waren foto’s die ik ook in mijn onderzoeken ben tegen gekomen. Zo ook Professor Dr. Wilhelm Dieck, die directeur was van het instituut en opvolger van Professor Willoughby Dayton Miller beiden collega’s die nauw samenwerkten met Konrad Cohn.
Ook stonden in die ruimte allerlei historische gereedschappen en apparaten met betrekking tot de tandheelkundige zorg.

Het was even zoeken, maar uiteindelijk kwam ik in de bibliotheek van het instituut waar een aardige dame mij hielp met het bekend maken van mijn zoektocht naar de diverse naslagwerken.

Al snel kwam ik artikelen van de hand van Dr. Med. Konrad Cohn tegen, niet alleen degene die ik zocht, maar nog veel meer. Het in scannen van de betreffende artikelen kostte veel tijd, dus besloot ik ze maar te fotograferen. Tussen de middag was de bibliotheek gesloten van 12:30 tot 13:30 uur, dus werd ik gedwongen om een lunch buiten de deur te doen. Vanaf 13:30 uur kon ik weer verder met mijn onderzoeken. Helaas sloot de bibliotheek om 16:00 uur en was er te weinig tijd om alle artikelen van Konrad te vinden. Desondanks heb ik heel veel wél gevonden en was het een bijzondere dag met mooie vondsten.

Eén van de vondsten was bijvoorbeeld een foto van Konrad Cohn en zijn tweede vrouw Marianne Rosenstein tijdens een bijeenkomst van het Fédération Dentiare International (F.D.I.) in Geneve in 1925.

Na het bezoek aan het instituut, besloot ik een stukje te lopen naar een huis waar de neef van Konrad, genaamd Erich Cohn (1891-1943) samen met zijn vrouw Mathilda Baehr (1892-1943) en hun zoontje Herbert Cohn (1934-1943) leefde tijdens de Tweede Wereld Oorlog aan de Rudolstädterstrasse 120 in Wilmersdorf. Zij hadden de oorlog niet overleefd, werden gedeporteerd en uiteindelijk vermoord in Theresienstadt in 1943. Voor hun huis liggen Stolpersteinen ter nagedachtenis aan hen.

Concentratiekamp Sachsenhausen

De tweede dag hadden we een bezoek gebracht aan de Gedenkplaats en Museum Sachsenhausen in Oranienburg. Hier staat het voormalige concentratiekamp Sachsenhausen waar mijn overgrootvader Christiaan Carel Kemper kleine 6 maanden gevangen heeft gezeten, maar waar ook de overgrootvader van mijn partner en zoon van Konrad Cohn genaamd Ludwig Cohn 5 weken lang gevangen werd gehouden.

Nog niet zo lang voor onze trip naar Duitsland kwam ik via internet toevallig de naam Ludwig Cohn tegen in relatie tot Concentratiekamp Sachsenhausen. Dat riep meteen vragen op. In het familiearchief van Ludwig Cohn kwam ik een “Entlassungschein” (ontslagbewijs) van hem tegen uit Concentratiekamp Sachsenhausen. Ook kwam ik een brief tegen van hem die hij schreef na de Tweede Wereld oorlog aan zijn advocaat waarin hij vertelde over wat er in de periode dat hij in Sachsenhausen zat was gebeurd. Dit was voor ons nieuw, dus had ik contact opgenomen met het Gedenkplaats en Museum Sachsenhausen om te vragen of ze meer informatie konden vinden over Ludwig Cohn.

Dr. Astrid Ley van de Gedenkplaats en Museum Sachsenhausen nam contact op met mij. Ze vertelde dat ze bezig was met een onderzoek naar de meer dan 6300 Joodse mannen die na de pogroms van eind 1938 in Berlijn waren opgepakt. Bijzonder is dat deze groep mannen bijna allemaal na enkele weken/maanden vrij kwamen met de ‘afspraak’ dat ze gedwongen werden om met hun gezin te emigreren. Zo ook Ludwig Cohn. Hij zat van 10 november 1938 tot 16 december 1938 gevangen in Sachsenhausen nadat hij was opgepakt op Kristalnacht. Na zijn vrijlating werd hij gedwongen met zijn gezin te emigreren. Dr. Astrid Ley verwees mij naar een website die naar aanleiding van haar onderzoek naar deze groep Joodse mannen was opgezet. Ze vertelde dat als wij in Sachsenhausen waren ze ons graag wilde ontmoeten en rondleiden.

Zo gezegd, we hadden de dag dat we de Gedenkplaats en Museum Sachsenhausen bezochten een afspraak met Dr. Astrid Ley. Bij aankomst ontmoette we haar en gaf ze ons haar boek “In the Country of Numbers, where the men have no names” over haar onderzoek cadeau. We gingen we als eerst naar het archief van het museum om daar op zoek te gaan naar meer informatie over Christiaan Carel Kemper. Informatie over Ludwig Cohn hadden we inmiddels via de email ontvangen.
Een collega ging op zoek naar informatie over Chris, maar kon helaas niets vinden. Ik liet hun de informatie zien die ik al eerder had ontvangen vanuit Sachsenhausen, het Arolsen Archive én het Rode Kruis Archief. Ze stonden voor een raadsel, want op gevangenenummer 100014 (nummer die Christiaan Carel Kemper kreeg bij aankomst op 8 september 1944) vonden ze twee personen. En verder konden ze niets meer vinden over hem. Bijzonder want ergens moet die informatie vandaan zijn gekomen over de tijd dat hij daar zat, het werk wat hij deed en dat hij een tijdje in de ziekeboeg had gelegen.

Toch heb ik uit getuigenverklaringen uit het Nederlandsch Rode Kruis archief over Christiaan Carel Kemper geleerd dat hij in Sachsenhausen was en daar in barak 46 leefde. Daarop nam Dr. Astrid Ley ons mee naar een speciaal veld dat was ingezaaid met bloemen. Mijn dochter mocht twee bosjes bloemen plukken, eentje voor haar betovergrootvader Christiaan Carel Kemper en eentje voor haar betovergrootvader Ludwig Cohn om neer te leggen bij de barakken waar zij in die tijd hadden geleefd.

De barakken staan er niet meer, maar in plaats daarvan zijn de plaatsen waar de barakken hebben gestaan omringd met een stalen rand waarbinnen basaltstenen zijn gestort, zodat je alsnog een beeld kon vormen hoe en waar de barakken destijds hebben gestaan. Allereerst gingen we naar barak 46 en legde mijn dochter een bosje bloemen neer. Een bijzonder moment. Kort stil gestaan bij mijn overgrootvader hoe hij in die barak moet hebben geleefd, hoe zijn gezondheid snel achteruit ging en ziek werd.

Daarna zijn we doorgelopen naar barakken 38 en 39, als onderdeel van het ‘kleine kamp’, die opnieuw zijn opgebouwd met de restanten van de andere oude barakken na de oorlog. Binnen zijn de oorspronkelijke sanitair-, eet- en slaapvertrekken te zien. Je krijgt een indruk van hoe men moet hebben geleefd in de barakken. Erg heftig om te zien. Ook is er binnen in deze barakken een museum gebouwd waar ook een deel van de tentoonstelling is ingericht over de Joodse mannen die opgepakt zijn na de november progroms in Berlijn in 1938. Vergelijkbare “entlassungschein” bewijzen zijn terug te zien van deze mannen, zoals we deze ook hebben van Ludwig Cohn. Daarnaast ook persoonlijke verhalen van een aantal van deze Joodse mannen die net als Ludwig, de oorlog hebben overleefd. Heel dubbel, ze hebben de oorlog overleefd, maar de trauma en het schuldgevoel die zij meedroegen is minstens zo erg als alle Joodse mensen die zijn vermoord in de Tweede Wereld oorlog.

Het “kleine kamp” is waar de meeste Joodse mannen hebben vastgezeten die na de november progroms in 1938 hebben vastgezeten. We weten niet precies in welk barak Ludwig Cohn zat dat was niet geregistreerd, maar hebben de middelste barak (nr 15) voor de vorm gekozen om bloemen te leggen en hem te herdenken. Hierna nemen we afscheid van Dr. Astrid Ley en vervolgden we onze eigen weg over het terrein.

We liepen nog wat rond op het terrein, richting het hoofdgebouw met het befaamde toegangspoort met daarin “Arbeit macht frei”. Vanaf het hoofdgebouw is het terrein goed te overzien. Het was zelfs mogelijk om in het gebouw te lopen op de middelste en hoogste verdieping waar de officieren goed overzicht hadden over het terrein.

Hierna besloot ik nog naar de ziekenboeg te gaan. Ook deze gebouwen staan er nog. Hier heeft mijn overgrootvader toen hij in Sachsenhausen zat meermaals gelegen, omdat zijn gezondheid snel achteruit ging. In de ziekenboeg zie je nog hoe het geweest moest zijn. Er was ook een indrukwekkende tentoonstelling. De tentoonstelling onderzoekt niet alleen de medische misdaden die er werden gepleegd, zoals gedwongen sterilisatie en castratie, de moord op patiënten en experimenten op mensen, maar belicht ook de ‘alledaagse’ medische zorg in het kamp en de gevangenen die deze zorg verleenden of ontvingen. Een heftige aanzien en riep bij mij de vraag op…was mijn overgrootvader door ondervoeding of slechte omstandigheden in de barraken en het kamp ziek geworden of was hij slachtoffer van een van de vele experimenten? We zullen het nooit weten…

Bezoek aan de Joodse begraafplaats in Berlijn

De laatste dag van ons bezoek aan Berlijn was een zeer warme zonnige dag. Het plan was om deze dag, een vrijdag, een bezoek te brengen aan de Joodse begraafplaats Weissensee in Berlin-Weissensee en op zoek te gaan naar de voorouders van mijn partner die daar begraven liggen. Gezien de temperatuur besloten mijn vrouw en dochter naar de Weissensee te gaan, omdat daar een fijn stadsstrand was waar ze konden liggen en zwemmen. Ik ben wel doorgelopen naar de Joodse begraafplaats. Via de Herbert-Baum-Straße kwam ik aan bij de hoofdingang van de begraafplaats. Een imposante toegangspoort en gebouw doemden op. Rechts naast de ingang is de receptie waar ik rond 11:00 uur binnenkwam.

Voorafgaande aan de reis naar Berlin had ik al een lijst met de voorouders opgesteld, waarvan ik het graf wilde opzoeken. Van een deel van deze voorouders had ik nog geen grafnummers en dus had ik de beheerder via de email al gevraagd of hij deze lijst compleet wilde maken. Slechts een paar dagen door de reis naar Berlijn kwam daar antwoord op. De lijst was compleet, wat een efficiënt bezoek aan de begraafplaats mogelijk maakte. Aldaar kwam ik bij de receptie. Een man verwelkomde mij, tot mijn verbazing iemand die verdacht veel gelijkenissen had met mijn schoonvader. Bijna eng om te zien. Hij hielp mij goed op weg, maar toen ik hem de lijst liet zien van voorouders waarvan ik het graf wilde opzoeken keek hij mij vol ongeloof aan. In het Duits riep hij zijn collega erbij en vertelde haar dat ik…hij begon het aantal voorouders te tellen….1,2,3,4,5….20 graven wilde opzoeken. Ze lachten allebei en hij vertelde mij dat de begraafplaats 46 hectaren groot was, een groot deel van de graven overwoekerd zijn met bomen en planten en/of niet meer leesbaar. En daarnaast was het inmiddels 11:00 uur en, aangezien het vrijdag was, dus begin van Shabbat, zouden ze al om 14:00 uur sluiten. Dat had ik mij niet beseft, zo groot en wat stom helemaal vergeten dat het die dag Shabbat was. Nou ja geen tijd te verliezen dus. De man hielp mij middels een plattegrond van de begraafplaats om mijn weg langs alle velden te vinden.

Het was erg warm, maar gelukkig stonden er veel bomen op de begraafplaats. Ik had er ook niet over nagedacht en gezien de temperatuur een kortebroek en t-shirt aangedaan. Maar met het zoeken naar de graven moest je je een weg banen door struiken, takken, bomen met veel insecten en vooral muggen. Het was nogal een uitdaging.

In 3 uur tijd had ik alle velden bezocht, had ik zelfs gepoogd om op zoek te gaan naar de betreffende graven door overwoekerde rijen. Helaas hadden de velden niet allemaal meer een duidelijke aanduiding van de rijen, wat het zoeken moeilijk maakte. Van alle graven had ik er slechts 3 teruggevonden.

Tijdens mijn zoektocht vond ik per toeval een prachtig familiegraf van aanverwante Cohn familie. Een zeer rijke familie uit Samotschin, Pruissen.

links: Bertha Friedmann geb. Cohn (1857-1922), midden: Isaac Cohn (1851-1939), rechts: Anna Cohn geb. Brunn (1861-1939)
links: Leopold Seligsohn (1839-1918) & Ernestine Seligsohn geb. Cohn (1852-1926), rechts: Julius Alexander (1848-1919) & Rosa Alexander geb. Cohn (1858-1936)
links: niet zichtbaar Moritz Cohn (1866-1912), rechts: Sali Seligsohn (1873-1924) & Salomon Cohn (1864-1932)

Hoewel ik enorm veel bekende Joodse namen was tegengekomen en ook andere Joodse graven van mensen uit Samotschin, had ik geen andere aanverwante families gevonden. Het gaf mij wel een idee om later nog eens navraag te doen bij de beheerder of er meerdere Cohn families liggen uit Samotschin.

Het is een prachtige begraafplaats en inderdaad enorm groot. Duidelijk is dat ik hier nog een keer naar toe moet om rustig op zoek te gaan naar de andere graven. Desondanks heb ik er ook erg van genoten.